Adviezen en tips bij een voorkeurshouding

Het aan- en uitkleden. Draai de baby bij het aan- en uitkleden bij voorkeur van de ene zijde naar de andere zijde, in plaats van de baby aan de benen omhoog te tillen. Ook kan je het aankleedkussen zo neerleggen dat de baby met de voeten naar de jou toe ligt en niet van één zijde benaderd wordt. Op de buik draaien kan ook bij het uit- en aankleden en na het verschonen op het aankleedkussen. Leg de baby dan een paar minuten op de buik of op de zij, eventueel om zijn kleren dicht te knopen.

Spelen op de rug . Leg de baby zo in de box dat licht en geluid van de niet-voorkeurskant komen. Leg ook het speelgoed aan de niet-voorkeurskant.

Buikig. Leg de baby al vroeg, onder jouw toezicht, meerdere keren per dag op de buik. Op de buik liggen vindt een baby niet altijd meteen leuk, hij moet hieraan wennen. Draai hem niet te snel op de rug als hij begint te huilen. Afleiding en zachtjes wiegen via de romp kalmeren de baby.

Maak er een samenspel van door bijvoorbeeld een speeltje (met of zonder geluid) voor of naast zijn hoofd te bewegen. Probeer de baby vaker, maar kort op de buik te leggen. Na een tijdje gaat het spelen op de buik erbij horen. Maak het de baby makkelijker om zijn hoofd op te tillen door de armen naar voren te leggen zodat hij op zijn ellenbogen kan steunen (eventueel ellenbogen steun geven als de baby ouder dan 3 maanden is) en een opgerolde handdoek onder zijn borstkas en oksels te leggen. Hierdoor verstevigen de nekspieren en kan hij zijn hoofd optillen en naar alle kanten kijken. Gebruik, als de baby wat ouder is, voor wakkere periodes bij voorkeur de box en zo min mogelijk een autostoeltje of ander stoeltje, want dit laat weinig ruimte voor gevarieerd bewegen. Hang eventueel een mobiel op navelhoogte en afwisselend wat meer naar rechts of links, zodat de baby gestimuleerd wordt zijn hoofd naar verschillende richtingen te draaien. De baby mag hooguit een paar keer per dag kortdurend in een wipstoeltje liggen, liefst niet langer dan een kwartier per keer. Zet het stoeltje dan wel in de ligstand.

Bij het voeden. Bij borstvoeding wissel je regelmatig van positie, aangezien de baby afwisselend aan de rechter- en linkerborst wordt gevoed. Houd bij flesvoeding de baby afwisselend vast op de rechter- en linkerarm. Ook kan je de baby bij flesvoeding recht voor je, op de bovenbenen leggen (met het hoofd op de knieën). De voeten van de ouder kunnen hierbij op een steuntje worden gezet. Hierbij gaat het erom dat de baby ervaart hoe het is om recht te liggen.

Oppakken met draaien. Oppakken kan heel gemakkelijk in een vloeiende beweging. Hierbij sta jij aan de niet-voorkeurskant van de baby. Leg de handen aan weerszijden tegen de zijkanten van de borstkas van de baby, iets onder zijn oksels, en rolt de baby naar zich toe. Wanneer de baby dan op zijn zij ligt, kan je hem rustig zijwaarts optillen, zodat hij rechtop komt. Tijdens het optillen wordt de baby verder naar de niet-voorkeurskant gedraaid (hij draait door in dezelfde richting als waarmee begonnen is). De rug van de baby is nu vanzelf naar jou toegekeerd. Vervolgens kan de baby zo tegen jou aan gedragen worden; eventueel kan je de baby wat meer onderuit laten zakken. Op deze manier oefent de baby de nekspieren van de niet-voorkeurskant. Het oppakken met draaien kan ook als je aan het voeteneind staat.

Dragen. Probeer de baby in een ronde houding te dragen. Zo vermindert de spanning in de nek en daardoor kan hij zijn hoofd beter zelf draaien. Draag de baby niet terwijl hij gesteund wordt onder de oksels. Draag de baby zó op de arm dat hij spontaan naar de niet-voorkeurskant gaat kijken. Dit kan verschillend zijn, afhankelijk van waar de baby graag naar kijkt. De baby kan ook in buikligging op de arm worden gedragen. Het hoofd ligt dan op de onderarm en deze arm steunt de borst; de andere arm gaat tussen de benen door en steunt onder de buik.

Bij het slapen De baby dient, als hij niet onder toezicht is, op de rug te liggen, zowel tijdens het slapen als tijdens de wakkere periodes, ter preventie van wiegendood.
– Draai het hoofd afwisselend per slaap naar links en naar rechts (op het
rechter en linker achterhoofd.
– Verander van tijd tot tijd het oriëntatiepunt van het kind in de
kinderkamer door het bed te draaien of door het andersom op te maken.

Het oriëntatiepunt is meestal het raam of de deur van de kamer. Baby’s kijken graag naar het licht.

Meer informatie

Mailen & tarieven


Stuur ons een bericht of een e-mail en bekijk onze tarieven.

Ons contactformulier
» Vul hier ons contactformulier in

Liever mailen? Dat kan!
info@fysiotherapie-hoogeveen.nl

Onze tarieven
» Bekijk hier al onze tarieven

Bellen & langskomen


Voor vragen kun je natuurlijk ook bellen of langskomen.

Telefoonnummer

0528 26 52 94

Maandag en donderdag
07:30 uur tot 21:00 uur

Dinsdag, woensdag en vrijdag

07:30 uur tot 17:30 uur